De termen tweemachtig en viermachtig die voor bepaalde plantensoorten gebruikt worden roept ongetwijfeld vragen op bij de beschouwer van onze inheemse wilde plantensoorten.
Deze familie, zoals die in de nieuwste Heukels’ Flora is samengesteld, omvat op het eerste gezicht een aantal plantengeslachten met een heel verschillend uiterlijk en bouw.
De grote Rozenfamilie of Rosaceae omvat kruiden, struiken en bomen. De bladeren staan meestal verspreid aan de stengels, takken en twijgen en hebben aanvankelijk steunblaadjes die al vrij snel afvallen.
Bomen en struiken die hooikoorts kunnen veroorzaken zijn onder andere: Berken, Iepen, Es, Elzen, Katwilg, Boswilg, Haagbeuk, Plataan, Dennenfamilie, Hazelaar.
Bijna alle plantensoorten hebben de winterperiode als rustperiode. Bomen en struiken laten hun bladeren vallen en de meeste kruidachtigen overleven deze tijd van het jaar als zaad of als wortelstok en sterven bovengronds af. Naast een aantal groenblijvende naaldbomen, kennen we in ons land drie heestersoorten die ook in de winterperiode hun blad behouden.