Op bovenstaande foto een bloeiende dijk bij Tolkamer

Rivierdijken, vegetatiesamenstelling, beheer en erosiebestendigheid.

Karle (K.V.) Sýkora

Vroeger groeiden vrijwel overal op de rivierdijken soorten- en bloemrijke graslanden met veel insecten. Dit type dijken wordt ook wel bloemdijken genoemd.

Tot in de jaren tachtig van de twintigste eeuw werd gedacht dat een erosiebestendige vegetatie alleen te bereiken was met intensieve schapenbeweiding in combinatie met kunstmest. Kruiden moesten met herbiciden worden bestreden.

De oppervlakte aan soorten- en bloemrijke dijken nam daardoor sterk af. In het hele rivierengebied zijn soortenrijke graslanden op dijken verdwenen of vervangen door sterk verarmd grasland. Dit is het gevolg van verkeerd of helemaal geen beheer, overbeweiding, klepelen, branden, bemesting met kunstmest, drijfmest en gier, herbiciden en dijkverzwaringen.

De vegetatiesamenstelling op dijken is van ecologisch én civieltechnisch belang.

Op dijken groeien stroomdalgraslanden, verschillende Glanshaverhooilanden, verschillende ruigten, Kamgrasweiden, productieweilanden (Beemdgras-Raaigrasweiden) en een tredplantenvegetatie.

Deze variatie in vegetatietypen wordt vooral bepaald door verschillen in beheer en in tweede instantie door het lutumgehalte van de bodem.

Het rivierduingrasland, het soortenrijk Glanshaverhooiland en de Kamgrasweiden met Kruipend stalkruid blijken het soortenrijkst te zijn. De ruigten, de intensief begraasde en bemeste weiden en de tredplantenvegetaties hebben de minste soorten.

Wij onderzochten de vegetatiebedekking, de doorworteling, de afschuifweerstand van de bodem, het aantal molshopen en de erosiebestendigheid van de vegetatie.

De verruigde hooilanden en het Glanshaverhooiland met zoomsoorten hebben een significant lagere bedekking dan alle andere gemeenschappen Verruigde hooilanden zijn erg open en hebben een veel grotere holheid dan alle andere plantengemeenschappen.

Droge stroomdalgraslanden, Glanshaverhooilanden en Kamgrasweiden hebben de meeste wortels.

Uit de velderosieproef blijkt ook dat de oppervlakkige uitspoeling van bodemmateriaal het grootst is bij de verruigde hooilanden. Dit hangt weer sterk samen met de openheid van de zode en is daarom groot bij een beheer van maaien zonder afvoer van het maaisel. Alle andere gemeenschappen zijn goed bestand tegen oppervlakkige erosie. Oppervlakkige erosie kan het beste worden voorkomen met een maaibeheer met afvoer van het maaisel of met extensieve beweiding zonder bemesting. Het maaien zonder afvoer (klepelen) en veel bemesting is af te raden.

Op zeedijken werd het effect van het stoppen van bemesting en veranderingen in het beheer op watererosie onderzocht. Na drie tot vier jaar bleek het totaal aantal soorten en het aantal soorten van voedselarme bodem en de productie van de vegetatie te zijn toegenomen. De beschikbaarheid van minerale stikstof nam af. Hooien zorgde voor een dichter netwerk van wortels en de spruit-wortel verhouding nam af.

Ook uit het zeedijkonderzoek bleek dat onbemest hooien of beweiden voor een grotere erosiebestendigheid en worteldichtheid zorgt.

Bij de dijkverzwaring van de Waaldijk bij Zaltbommel werd experimenteel onderzocht hoe de soortenrijke vegetatie na verzwaring het best kan worden hersteld.

Dat blijkt het beste te gaan door een zone met de oorspronkelijke vegetatie te sparen. Ook na terugplaatsen van de oorspronkelijke zodegrond komen de meeste soorten terug. Van elders aangevoerde klei zonder de oorspronkelijke voortplantingsorganen belemmert de gunstige ontwikkeling. Het effect van verschillende zaadmengsels wordt besproken.

Een goed beheer van dijken is niet alleen van belang voor de natuurwaarde op dijken, maar ook voor de erosiebestendigheid en dus de veiligheid. Natuurbelang en civieltechnisch veiligheidsbelang gaan hier samen. In het artikel wordt beschreven wat het beste beheer is voor het behoud of de ontwikkeling van soortenrijke graslanden op dijken.

Lees het hele artikel

Literatuur

Eck, J.M.C. van, M.P. van Zuijen & K.V. Sýkora, 1997. De invloed van het beheer op de vegetatie van de Bylanddijk en Helicopterveldje. Stratiotes 14: 3 – 18.

Horst, R.J. ter, H.C. Jansonius & K.V. Sýkora, 1990. Vegetatie en beheer op de dijken van het Julianakanaal. De Levende Natuur 91(1): 23 -29.

Liebrand, C.I.J.M., 1993. Vegetatie-ontwikkeling op verzwaarde rivierdijken. Effect van natuurtechnische maatregelen bij verzwaring van rivierdijken, 4 jaar na aanleg. Fase 1: 1987 – 1990. Vakgroep Vegetatiekunde, Plantenoecologie en Onkruidkunde, Landbouwuniversiteit Wageningen: 242 pp.

Liebrand, C.I.J.M., 1999. Restoration of species-rich grasslands on reconstructed river dikes. Thesis Wageningen University: 217 pp.

Liebrand, C.I.J.M. & K.V. Sýkora, 1996. Restoration of semi-natural, species-rich grasslands on river dikes after reconstruction. Ecological Engineering 7: 315 – 326.

Sprangers, J.T.C.M. 1991. Botanische en civieltechnische kwaliteiten van vegetatie op Nederlandse zeedijken. Landinrichting 31(5): 2 – 5.

Sprangers, J.T.C.M. 1999. Vegetation dynamics and erosion resistance of sea dyke grassland. PhD. thesis, Wageningen Agricultural University, Wageningen, The Netherlands, 167 pp.

Sýkora, K.V. & C.M.P. Hendriks, 1977. A phytosociological investigation of the dikes of the “Zak van Zuid-Beveland”, The Netherlands. Oroceedings of the Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Amsterdam, series C, 80(3): 212 – 226.

Sýkora, K.V. G. van der Krogt & J. Rademakers, 1990. Vegetation change on Embankments in the South-western Part of The Netherlands Under the Influence of Different Management Practices (in Particular Sheep Grazing). Biological Conservation 52: 49-81.